Coördinatie

Gedurende de zomerperiode was coördinatie een van de aandachtsgebieden. Zoals de meeste dansvaardigheden is het een rode draad die door elke oefening doorloopt. Alle bewegingen omvatten coördinatie. Voordat ik echter aan dit deel van het project werkte, had ik er nooit echt aan gedacht om een specifieke coördinatieoefening te ontwikkelen als onderdeel van een klas. Er afzonderlijk op focussen in plaats van als onderdeel van een groter geheel.

Coördinatie kan worden gedefinieerd als het vermogen om bewegingen in relatie tot interne of externe factoren efficiënt te beheersen en te sturen. We besloten de coördinatie op te splitsen in twee soorten activiteiten; één waarbij het individu een interne focus heeft, en de andere met een externe focus (bijv. partner of object). Door deze activiteiten zouden we ritme en tempo, snelheid, herhaling, isolatie en articulatie van lichaamsdelen onderzoeken. Ook onderzochten we de middellijn van het lichaam en of we deze konden kruisen. Zo onderzochten we de extremiteiten en opposities van en in het lichaam.

Net als bij het vorige blok over kracht en afstemming ontwikkelde elke partner zijn eigen (zeer verschillende) activiteiten. Onze interne activiteit nam de vorm aan van een vaste oefening en we verkenden het effect van het uitvoeren op muziek met verschillende dynamieken, snelheden en kwaliteiten. De reeks groeide ook uit tot een grotere, volle beweging, inclusief draaien en verplaatsen door de ruimte.

Onze activiteit met een externe focus was een spel dat reageerde op de fysieke signalen van een partner. Ook dit begon ter plekke in een basisvorm met 6 commando’s die als tweedimensionaal konden worden gezien. Maar de ontwikkelingen waren talrijk en de basisstructuur kon in verschillende richtingen worden genomen om aan de behoeften van de groep te voldoen.

Bij elk van deze activiteiten, hoewel de focus op één enkel punt lag, konden door de taak complexer te maken andere vaardigheden, zoals compositie en uitvoering, worden ontwikkeld. Voor mij is duidelijk geworden dat deze benadering van lesgeven ervoor zorgt dat een activiteit voor iedereen toegankelijk en uitdagend is. Het geeft elke danser toegang tot de oefening op zijn of haar bekwaamheidsniveau voor die specifieke dansvaardigheid. Ze kunnen bij het ene stadium blijven of de uitdaging met een andere laag vergroten. Door de evaluatiemethoden die we hebben ontwikkeld en in het project hebben gebruikt, zijn we ons veel bewuster geworden van de verschillende en uiteenlopende behoeften van onze dansers. Het wiel dat we in het bijzonder gebruiken, heeft de sterke punten en verbeterpunten van de dansers echt benadrukt, wat ons soms heeft verrast. Het was van onschatbare waarde omdat het ons de mogelijkheid bood om onze dansers echt te observeren en een nauwkeuriger beeld te krijgen van hun vaardigheden, die allemaal heel anders waren. Dit heeft de behoefte aan een breed scala aan differentiatie in activiteiten benadrukt, niet alleen in termen van fysieke beweging, maar door extra complexiteit te introduceren door te spelen met (oog)focus, snelheid, richting en andere instructies.

Even belangrijk is dat deze aanpak ook creatieve reacties mogelijk maakt, creativiteit en zelfexpressie ontwikkelt als onderdeel van technische vaardigheden. Dit was een belangrijke zorg voor alle partners die bij het project betrokken waren. In het begin hebben we bepaald welke techniek voor ons was. Welke aspecten het betrof en welke vaardigheden we belangrijk vonden voor onze dansers door middel van technische training. We zijn steeds op deze vraag teruggekomen, terwijl we het erover eens waren dat het ook psychologische en sociale vaardigheden omvat, zoals motivatie, emotionele beheersing en sociale interactie. Zo waren we ook bezorgd dat onze activiteiten het vermogen ontwikkelen om creatief op taken te reageren en onze dansers voor te bereiden op bijvoorbeeld voorstellingen. Deze aanpak lijkt daar goed voor te werken!